Complete handleiding
 
 

Nederlands

   English   

 
 

Home

 

Producten

 

Handleiding

 

Index

 

Volledig

 

Informatie

 
 

Handleiding Versie 3.0

© Copyright, 4u2 systems

Deze handleiding mag op geen enkele wijze geheel of gedeeltelijk worden vermenigvuldigd of gedupliceerd, zonder voorafgaande toestemming van

Scroll zelf of spring naar de inhoudsopgave waar u kunt kiezen uit onderwerpen. 
U kunt ook een keuze maken uit een
aantal hoofdonderwerpen.

Gebruikte tekens

[__] Deze haakjes geven aan dat het gaat om een knop waarop geklikt moet worden, altijd met de linker muisknop.

LET OP: uw tijd is kostbaar, maar leest u zeker de opmerking die hier bij staat. Dit kan u een hoop tijd besparen.

< > Met de < > tekens wordt aangeduid dat het gaat om een toets op het toetsenbord. Tussen de haakjes staat dan om welke toets het gaat.

Als u bijvoorbeeld dit ziet: Bestand: Bewaar editlijst

Dan is dat de manier waarop wij in de handleiding verwijzen naar een optie, een functie, in PowerSwitch. Met Bestand: Bewaar editlijst wordt bijvoorbeeld verwezen naar het menu Bestand: waarin onder meer de optie Bewaar editlijst te vinden is.

U moet in dat geval dus klikken op het menu Bestand:, waarna een rijtje met opties verschijnt. In dat rijtje ziet u dan Bewaar editlijst staan. Beweeg met de muis naar die regel en klik met de linker muisknop. Op dat moment wordt de optie geactiveerd. Zo zullen we elke keer in de handleiding naar een optie verwijzen.

Inhoudsopgave

1 Benamingen, functies, algemene softwareopties *

1.1 Check of dit hoofdstukje voor u van belang is! *

1.2 Wat is een venster *

1.3 Wat is een actief venster *

1.4 Wat is een titel-, menu-, knoppen-, status-, scrollbalk? *

1.5 Wat is ‘menuoptie’ en ‘Bestand: Bewaar editlijst’? *

1.6 Hoe kan de grootte van een venster aangepast worden? *

1.7 Hoe kan ik een venster verplaatsen? *

1.8 Wat is een knop en hoe weet ik waar die voor is? *

2 Van lineair naar non-lineair offline *

2.1 Onderscheid lineair en non-lineair monteren *

2.2 Spotlijst, loglist, editlijst *

2.3 Visualiseren van de montage: timeline *

2.4 Het ‘invoegen’ *

2.4.1 Invoegen bij lineaire montage *

2.4.2 Invoegen bij non-lineaire montage met PowerSwitch *

2.5 De insert *

2.5.1 De insert bij lineaire montage *

2.5.2 De insert bij non-lineaire montage met PowerSwitch *

2.6 De audiobewerkingen *

2.7 Visualisering van het verschil *

2.8 Begrippenlijst *

3 De praktijk: Stap voor stap monteren *

3.1 Eerst even dit! *

3.2 Opstarten *

Grote / kleine letters *

3.3 De drie ‘levensbelangrijke’ stappen *

1 Project naam geven *

2 Naam geven aan editlijst *

3 Bandnummer ingeven *

3.4 Het spotten *

4 Bediening van de controller *

5 Bediening van de jog-shuttle *

6 Het spotten *

7 Weergave van de editlijst ‘Spotlijst’ met shots *

8 Omschrijvingen bij shots typen *

3.5 Digitaliseren (opnemen op harde schijf) *

9 Opname instellingen *

10 Controleren van het resultaat *

11 Indien de digitalisering van een shot niet goed is *

12 Even bewaren *

13 Even de opname bekijken! *

14 Dringend advies voor goede back-ups *

15 Stel automatisch bewaren in *

3.6 Monteren met het gedigitaliseerde materiaal *

16 Open een nieuwe editlijst *

17 Zet deze editlijst in hetzelfde project! *

18 Geef een naam aan de editlijst *

19 Shots slepen en plaatsen *

20 Koppel de timeline *

3.7 Monteren in de timeline *

3.7.1 Begrippen in de timeline *

3.7.2 Algemene informatie *

3.7.3 Speciale overzichts- of zoomknoppen in de timeline *

21 Slepen van shots in de timeline *

22 Verwijderen van stukjes van een shot (inkorten; ROOD) *

3.7.4 Basisprincipes monteren *

23 Verlengen van een shot (GROEN) *

3.7.5 De ‘klikgebieden’ *

24 Verschuiven las (ORANJE) *

25 Audio ondersteken (ORANJE) *

26 Inserts maken in de timeline *

27 Inserts verschuiven *

3.7.6 Wat gebeurt er in de editlijst bij al deze ‘inserthandelingen’? *

3.8 Een aantal overige bewerkingen *

28 Video of audio uitzetten/aanzetten *

29 De audio van een shot op een ander spoor zetten *

30 Audio ondersteken (met mix) *

31 Crossje *

32 Splits shot <F11> *

3.9 Afsluiting van de montage *

1 Benamingen, functies, algemene softwareopties

1.1 Check of dit hoofdstukje voor u van belang is!

PowerSwitch draait onder Windows NT. In deze handleiding wordt verondersteld dat u enigszins op de hoogte bent van benamingen, verwijzingen en algemene opties van deze software. U kunt uit de opsomming hieronder opmaken of dit hoofdstukje voor u van belang is.

Wat is een venster?

Wat is een actief venster?

Wat is een titelbalk, menubalk, knoppenbalk, statusbalk en een scrollbalk?

Wat is een menu optie en wat betekent bv. Bestand: Bewaar editlijst ?

Hoe pas ik de grootte van een venster aan?

Hoe verplaats ik een venster?

1.2 Wat is een venster

Elk programma heeft een hoofdvenster (ook wel hoofdmenu genoemd). Binnen dat venster worden allerlei andere vensters geopend. In PowerSwitch is bijvoorbeeld de editlijst een venster. Als u drie editlijsten heeft geopend, zijn dat dus drie aparte vensters (van hetzelfde soort, nl. een editlijst), die geopend zijn in het hoofdvenster (hoofdmenu = PowerSwitch).

Naast de editlijst kent PowerSwitch nog drie andere soorten vensters, namelijk de timeline, waar de shots achter elkaar getoond en afgespeeld kunnen worden, het clipwindow, waar specifiek de audio gemonteerd kan worden en de controller, waarmee de players bediend kunnen worden.

Samenvattend:

Een venster is dus de weergave van een bepaald blad waarin u allerlei bewerkingen kunt doen. Er zijn in PowerSwitch naast het hoofdmenu nog vier andere soorten vensters. Van de editlijst en het clipwindow kan bovendien meer dan één venster geopend worden.

1.3 Wat is een actief venster

Het venster waarin u aan het werken bent heeft een titelbalk in de regenboog kleuren (zie ook PowerSwitch logo). Zodra u in een andere venster gaat werken wordt dat venster actief en krijgt dus de regenboog kleuren. De vensters die niet actief zijn hebben een grijze titelbalk (een titelbalk is de bovenste balk van een venster, zie 1.4).

Een venster wordt actief door er met de muis in te klikken. U kunt dat altijd doen door met de linker muisknop op de titelbalk te klikken, maar ook door in de editlijst en het clipwindow zelf te klikken met de linker muisknop, en in de timeline met de rechter muisknop.

Als u functietoetsen gebruikt, voert PowerSwitch die opdrachten uit in het actieve venster!

Als u de controller (die de players aanstuurt) gebruikt, zal PowerSwitch het actieve venster gaan afspelen, dus het clipwindow of de timeline (behalve als de controller op videorecorder staat).

Samenvattend:

De titelbalk geeft door de regenboogkleuren aan of dat betreffende venster actief is. Daardoor kunt u zien dat u in het juiste venster bewerkingen aan het doen bent.

1.4 Wat is een titel-, menu-, knoppen-, status-, scrollbalk?

 

 

 

 

 

 

 

 



Het kan al snel voorkomen dat het scherm te klein is om alle geopende vensters te kunnen tonen. Het probleem is dan dat de software alles a.h.w. wel ‘toont’ maar het beeldscherm te klein is om alles zichtbaar te maken. De functie van een scrollbalk is nu om de gebruiker snel in de gelegenheid te stellen het beeld naar rechts of naar onder te laten schuiven (of naar rechtsonder), zodat andere delen ook daadwerkelijk zichtbaar worden.

1.5 Wat is ‘menuoptie’ en ‘Bestand: Bewaar editlijst’?

Zoals we zojuist al hebben gezien staan op de menubalk de diverse menu’s. In de editlijst zijn dit dus de menu’s Bestand, Bewerk, Beeld, Project, Opname en Afspelen. Elk menu heeft een aantal menu-gerelateerde opties. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld het menu Bestand een aantal opties heeft die te maken hebben met, in dit geval, het bestand editlijst. Hieronder hebben we het menu bestand aangeklikt, zodat die ‘uitrolt’, dus de opties zichtbaar maakt. Voor alle duidelijkheid, als u dus op ‘Bestand’ klikt, gebeurt er niets anders dan het beeldje wat hieronder getoond wordt, namelijk dat alle opties die met ‘Bestand’ te maken hebben getoond worden.

Het menu ‘Bestand’ uitgerold.



Alle dan getoonde opties hebben alleen op die editlijst betrekking (de editlijst dus waarin u op dit menu heeft geklikt). U kunt hiermee bijvoorbeeld een nieuw (bestand) editlijst openen, maar ook een bestaande. U kunt ook de editlijst op papier uitprinten. Er zijn nog meer opties, maar die worden hier niet getoond.

In de handleiding en support verwijzen wij als volgt naar een bepaalde optie:

‘U kunt uw editlijst met behulp van de optie Bestand: Bewaar editlijst bewaren’. Dus:

Bestand: Bewaar editlijst betekent dat u hiervoor in de editlijst op het menu Bestand: moet klikken en vervolgens de optie Bewaar editlijst moet kiezen.

 

Samenvattend:

Een menu, zoals bv. Bestand, bevat een aantal (menu gerelateerde) opties. Met die opties voert u bewerkingen uit. Er wordt hiernaar altijd op de volgende wijze verwezen: Bestand: Bewaar editlijst of bijvoorbeeld Bestand: Nieuwe editlijst.

1.6 Hoe kan de grootte van een venster aangepast worden?

Soms is het nodig de grootte van bijvoorbeeld een editlijst aan te passen om alle kolommen zichtbaar te maken.

Wijs met de muis op de rand van het betreffende venster. De volgende pijl verschijnt:

Druk dan de linker muisknop in en houdt die vast. Schuif nu met de muis rustig in de richting waarheen u de grootte wilt aanpassen (kleiner of groter).

Als u klaar bent laat u de knop los.

U kunt op deze wijze de breedte en hoogte aanpassen. Als u de breedte en hoogte tegelijk wilt aanpassen, pakt u bijvoorbeeld de rechter beneden hoek vast en voert u de handeling uit.

1.7 Hoe kan ik een venster verplaatsen?

U kunt met de muis een venster als volgt verplaatsen.

U klikt met de linker muisknop op de titelbalk en houdt de muisknop vast.

U sleept vervolgens het venster naar de gewenste plaats en laat de muisknop los!

U kunt zo ook vensters over elkaar heen schuiven.

1.8 Wat is een knop en hoe weet ik waar die voor is?

We hebben gezien dat er een knoppenbalk is, waar knoppen op staan. Met deze knoppen kunt u snel een bepaalde functie uitvoeren, zonder daarvoor de menu’s te hoeven gebruiken. Alleen bepaalde veel voorkomende functies zijn met een knop te bedienen.


Hoe kunt u nu weten waar een bepaalde knop voor dient? Beweeg de muis en laat het pijltje wijzen op een bepaalde knop, bijvoorbeeld de 4e knop in de editlijst. Na ongeveer een 2 seconden verschijnt er een geel kadertje met de betekenis van de betreffende knop. Zie de afbeelding hieronder. Dit kadertje verdwijnt automatisch weer na enige seconden, maar kan weer geactiveerd worden door de muis even ‘ervan af te halen’ en er weer naar te laten wijzen.

 

Deel 1

 

De praktijk:

‘Stap voor stap monteren’

 

 

 

2 Van lineair naar non-lineair offline

 

De wijze van werken is natuurlijk voor iedereen anders, maar in dit hoofdstuk willen we enigszins een aansluiting geven van de overstap van lineair naar non-lineair monteren.

 

2.1 Onderscheid lineair en non-lineair monteren

Het onderscheid tussen lineair monteren (LM) en non-lineair monteren (NLE) waaraan u in het begin even moet wennen is de visualisering.

Bij LM is het enig zichtbare datgene wat door de videorecorders wordt afgespeeld. U monteert en u speelt af om het resultaat te bekijken.

Bij NLE wordt niet alleen de video zichtbaar gemaakt. De diverse shots worden namelijk op het beeldscherm van de computer zichtbaar gemaakt in een zogenaamde timeline. U monteert in die timeline door met shots te schuiven of erin te knippen. Daarna kunt u de computer gelijk de veranderingen laten afspelen! Bent u dan niet tevreden met het resultaat dan kunt u met de druk op één knop de oorspronkelijke situatie weer terughalen, of u kunt bijvoorbeeld een paar frames meer knippen of juist een paar frames meer verlengen.

Deze wijze van monteren vraagt een verandering van denken en werken, maar levert aan resultaat en tijd dubbel en dwars op.

2.2 Spotlijst, loglist, editlijst

Bij het lineair monteren wordt over het algemeen eerst een spotlijst (loglist) op papier gezet, om vervolgens aan de hand van deze lijst de montage te gaan maken.

Bij non-lineair monteren is het van tevoren op papier uitwerken van een programma en het uitschrijven van bijvoorbeeld gesprekken in principe niet meer nodig. Zeker het maken van een spotlijst (loglist) op papier, met in- en uit-punten wordt overbodig. In hoeverre u toch van tevoren gegevens op papier zal zetten is afhankelijk van uw eigen werkwijze. In elk geval voorziet PowerSwitch in de mogelijkheid om met een druk op de knop in-punten en uit-punten te zetten. Daarnaast wordt van elk shot een beeldje gepakt en kan tekst toegevoegd worden om een optimaal overzicht te creëren in de spotlijst. Ook kan er op elke gewenste plaats in de spotlijst een commentaarregel ingevoegd worden, zodat de spotlijst bijvoorbeeld in scènes is in te delen.

De spotlijst wordt vervolgens door de computer gebruikt om het beeldmateriaal op computer op te nemen. Alle beeld en geluidsmateriaal (CLIPS) dat u van tevoren heeft geselecteerd in de spotlijst, zijn dan beschikbaar op de computer. U kunt dan beginnen met monteren. Het enige wat de programmamaker nog op papier zou hoeven zetten is een lijst van banden.

Als u veel op locatie moet filmen en u graag daar al ideeën uitwerkt, zou het portable spotsysteem SpotLIGHT een goede aanvulling zijn. Op locatie of thuis kan dan een volledige spotlijst in de computer gemaakt worden, die vervolgens geïmporteerd kan worden in onder meer PowerSwitch.

2.3 Visualiseren van de montage: timeline

Een groot voordeel van een non-lineair systeem is dat de montage direct visueel wordt gemaakt op het beeldscherm:





Het getoonde plaatje is een gedeeltelijke weergave van de timeline. Het toont slechts de hoofdsporen, of zoals het in de non-lineaire montage genoemd wordt, de assemblesporen. Eén video en twee audiosporen (in dit voorbeeld is slechts één audiospoor gebruikt). Voordat een totaal plaatje getoond wordt is het van belang naar een tweetal begrippen te kijken, zoals die gebruikt worden in de non-lineaire montage, en die in betekenis iets afwijken van wat gebruikelijk is in de lineaire montage.

2.4 Het ‘invoegen’

2.4.1 Invoegen bij lineaire montage

Als u een shot wilt invoegen, moeten alle shots vanaf dat punt eerst een generatie verder gezet (weggekopieerd) worden. Het shot wordt vervolgens geplaatst en de tweede generatie wordt gezet (terugkopiëren).

Bewerkingstijd: ?? afhankelijk van de lengte van de generatie is dat lang of langer.

Generatieverlies: twee

2.4.2 Invoegen bij non-lineaire montage met PowerSwitch

Op de monitor staan de shots gevisualiseerd. Het shot (in het volgende voorbeeld shot 12) wordt met de linker muisknop vastgepakt, naar de gewenste plaats gesleept, en geplaatst vóór het shot waar u de muis op laat wijzen. PowerSwitch schuift dan automatisch shot 2 tot en met het laatste shot zodanig op dat het in te voegen shot (12) ertussen past. Mocht u van gedachten veranderen, klik dan op de knop [ongedaan maken] en alles staat weer op de oorspronkelijke plaats. Ook in een later stadium is het een kwestie van het shot er tussenuit te slepen en ergens anders neer zetten. PowerSwitch schuift alle shots weer automatisch op de plaats.

Bewerkingstijd: paar seconden

Generatieverlies: niet van toepassing, geen verlies aan kwaliteit

In de timeline ziet dit er dan als volgt uit:

 

 

2.5 De insert

2.5.1 De insert bij lineaire montage

Wanneer bij lineaire montage een shot als insert wordt geplaatst is dat op zich een niet zo’n omslachtige bewerking: een shot gaat over één of meerdere andere shots heen (geheel of gedeeltelijk).

Een eventuele correctie van de invoeging wordt echter pas echt arbeidsintensief. De oorspronkelijke shots moeten weer opgezocht worden op de origineelbanden en op het juiste punt geplaatst worden. Mede hierom is het bij lineair monteren van belang zoveel mogelijk van tevoren het programma op papier te zetten. Nadeel daarbij is onder meer het schrijfwerk en dat bij het monteren pas echt blijkt hoe het loopt.

 

2.5.2 De insert bij non-lineaire montage met PowerSwitch

In het onderstaande voorbeeld van een non-lineaire insert zijn pijlen in de shots getekend, om te tonen wat afgespeeld wordt. PowerSwitch werkt met een assemblespoor (= hetzelfde als hoofdspoor) en met een insertspoor (=nieuw) voor de video. Shot 12 is een insert. Dat wil zeggen dat er geen shots verschoven worden, maar dat gedeeltes van de shots (of van één shot) overruled worden voor de lengte van het insertshot. In het voorbeeld hieronder wordt een laatste stukje van shot 1 en een eerste stukje van shot 2 overruled (door shot 12)!

 



Als u hier uiteindelijk besluit dat de insert toch niet goed is, sleept u het shot 12 gewoon weer weg ergens in het hoofdspoor, of u verwijdert het shot. De oorspronkelijke montage wordt hierdoor als vanzelf weer getoond, zonder enige extra bewerking. Het ruwweg plaatsen van een insert kost u 3 seconden; het weer terugbrengen naar de oorspronkelijke montage doet u met het klikken op één knop: [ongedaan maken].

Resumé:

Een video insert overrulet altijd het assemblespoor;

De stukjes shot in het assemblespoor die overruled worden, blijven altijd beschikbaar. Zodra de insert weer zou worden weggehaald, wordt het assemblespoor weer actueel en wordt afgespeeld.

Logischerwijs volgt hieruit dat door deze werkwijze dus niet gesneden hoeft te worden in shot 1 en shot 2 om hetzelfde resultaat te krijgen (wat bij lineaire montage wel moet).

2.6 De audiobewerkingen

Bij de audio werken de principes exact hetzelfde als bij de video. We onderscheiden standaard twee audio assemblesporen (hoofdsporen dus) en standaard 8 audio insertsporen.

Het audio insertspoor 1 overruled, net als bij de video, audio assemblespoor 1;

het audio insertspoor 2 overruled, net als bij de video, audio assemblespoor 2.

Insertsporen 3 tot en 4 zijn standaard beschikbaar voor achtergrondmuziek, voice overs etc. Die sporen kunnen weer gemixt worden met sporen 1 en 2. Overigens kan met sporen 1 en 2 ook gemixt worden.

Het is dus heel eenvoudig om snel ondersteken en mixen te maken, maar ook cross fades zijn eenvoudig te realiseren. Het aantal sporen is uit te breiden, zie daarvoor 8.6 blz. *.

2.7 Visualisering van het verschil

 

 

 

 






Beide afbeeldingen zijn een weergave van exact dezelfde montage. Bij het bovenste plaatje ziet u nogmaals dat een stukje van shot 1 en shot 2 overschreven zijn door het insertshot 12. In het onderste plaatje wordt shot 12 apart getoond, zoals reeds is uitgelegd.

Het onderste lijkt op het eerste gezicht ingewikkelder. Er wordt wel wat meer getoond, maar het is zeer eenvoudig om hier allerlei grote en kleine wijzigingen in aan te brengen! Bijvoorbeeld shot 12 als insert verwijderen waardoor shot 1 en 2 in oorspronkelijke lengte hersteld zijn is één handeling. Hoeveel handelingen is dit bij lineaire montage of bij sommige collega systemen?

Bij de audiosporen is exact hetzelfde principe van toepassing, maar bij de audio is nog een extra mogelijkheid die bij het lineair monteren niet zondermeer mogelijk is: het mixen van audiosporen. Er kan bijvoorbeeld muziek onder een interview gezet worden. Een dergelijk stukje audio wordt dan op een zogenaamd audio insertspoor geplaatst, zodanig dat het hoofdspoor 1 en 2 niet worden overruled. In het onderste plaatje is de te mixen audio geplaatst op spoor 2. Standaard zijn er overigens 4 sporen beschikbaar, die echter uit te breiden zijn. Zie 8.6*.


3 De praktijk: Stap voor stap monteren

3.1 Eerst even dit!

We zullen hier een bepaalde manier van werken doorlopen, waardoor u het systeem in grote lijn goed leert kennen. Als u specifieke vragen over iets heeft, dan kunt u dat in deel 2, de handleiding per optie, opzoeken. We zullen hier dus niet alle mogelijkheden behandelen, maar we zullen zover gaan, dat u na enkele uurtjes het systeem kunt gebruiken!

Dit hoofdstuk is duidelijk chronologisch opgebouwd. Er wordt bij elke stap verondersteld dat u de voorafgaande stappen ook gedaan heeft. Vandaar dat de stappen ook doorgenummerd worden.

Toetsen

We verwijzen vaak naar bepaalde toetsen. Om aan te geven dat het om een toets gaat, staat het tussen < >. Boven aan het toetsenbord staan ‘functietoetsen’, met het opschrift ‘F1’, ‘F2’ etc. We verwijzen hier in de handleiding dus op de volgende wijze naar: <F1>.

Knoppen

Als het een knop betreft geven we dat als volgt aan: [OK] Dit is de knop waarmee u een handeling bevestigt. Of bijvoorbeeld: [Zet project].

Menuverwijzingen

Wij verwijzen naar menuopties op de volgende wijze: ‘in de editlijst kiezen we Bestand: Open editlijst’, dat betekent dat we de bewerking (optie) Open editlijst bedoelen in menu Bestand: van de editlijst. In hoofdstuk 1 zijn deze dingen uitvoerig aan de orde gekomen: H 1.5 blz. *.


3.2 Opstarten

De computer wordt aangezet

Het systeem start zelf helemaal op, totdat u in het PowerSwitch startmenu terechtkomt. Dat is een venster waarmee onder meer PowerSwitch opgestart kan worden.

Klik de knop [Start PowerSwitch] en wacht totdat PowerSwitch op uw beeldscherm actief geworden is:

Hieronder staat een afbeelding van wat u dan te zien krijgt. Korte toelichting:

Het hoofdmenu, dat blijft altijd zichtbaar.

De controller (waarmee de videorecorder en players bediend kunnen worden) is ook altijd zichtbaar.

Standaard toont PowerSwitch één editlijst, met de naam ‘Nieuw’.

Standaard wordt ook altijd één timeline geopend, eveneens met de naam ‘Nieuw’.























Grote / kleine letters

In het hoofdmenu kunt u een keuze maken tussen een normaal en een vetter lettertype voor de tekst op het beeldscherm, als u de tekst slecht leesbaar vindt. Het is een ‘schakeloptie’ dus u kunt het op elk gewenst moment weer veranderen. Het heeft geen enkele invloed op uw werk of prints.

Kies desgewenst Opties: Grote/ kleine letters.

3.3 De drie ‘levensbelangrijke’ stappen

1 Project naam geven

Elke editlijst die u nieuw opent moet een projectnaam krijgen. De reden zullen we verderop in het stappenplan uitleggen. Voor nu is het voldoende te onthouden dat als u met één bepaald programma bezig bent, u alle editlijsten dezelfde projectnaam moet geven.

LET OP: zorg er altijd voor dat editlijsten die bij hetzelfde programma horen, dezelfde projectnaam krijgen.

Kies Project: Beheer projecten

Klik op de knop [Nieuw project] en voer de naam ‘Schepping’ in. U mag alleen letters gecombineerd met cijfers gebruiken.

Klik op [Zet project] en klik vervolgens op [OK].

2 Naam geven aan editlijst

Het beste kunt u na het ingeven van het project eerst de editlijst bewaren, zodat hij een naam krijgt.

De eerste editlijst noemen we gewoon ‘Spotlijst’ (spotlijst en loglist zijn synoniem). Daarin verzamelen we de shots die we zullen gaan spotten.

Kies Bestand: Bewaar editlijst

Geef bij ‘File name’ in: ‘Spotlijst’

Klik de knop [save].

3 Bandnummer ingeven

Stop de band in de videorecorder. Zorg dat de banden genummerd zijn. Meestal is dit het geval, omdat de nummering overéén moet komen met de originele (betacam) banden, voor de latere Online editing.

We moeten het systeem nu duidelijk maken vanaf welke band we gaan spotten:

Kies in de editlijst menu Project: Zet huidige band.

Voer het bandnummer in: maximaal 3 cijferige codes. De meeste Online systemen ondersteunen alleen maximaal 3 cijferige codes. Voer hier in dit voorbeeld ‘1’ in.

Druk op [OK].

U gaat de ‘1’ pas zien zodra u een shot heeft gespot. Elk shot krijgt dan in het tweede veld (wordt nog uitgelegd) het bandnummer.

3.4 Het spotten

4 Bediening van de controller

Zorg dat op de controller uw videorecorder geselecteerd staat als u daarmee wilt gaan werken.

Om de videorecorder te bedienen, kunt u ook de gekleurde toetsen rechts op het numerieke gedeelte van het toetsenbord gebruiken:

Knop Functie Toets (gekleurde toetsen rechts van het toetsenbord)

STOP <ctrl> Rood

PLAY Groen-rechts-boven

WIND Groen-rechts-onder

REWIND Groen-links-onder

PAUZE Rood

Knop Functie Toets (gekleurde toetsen rechts van het toetsenbord)

(geen) trimmen/joggen 1 beeldje terug Blauw-links 1)

(geen) trimmen/joggen 1 beeldje vooruit Blauw-rechts 1)

(geen) PLAY BACK Groen-links-boven

(geen) Afspeelsnelheid plus 1 (shuttelen) 2) Geel-boven

(geen) Afspeelsnelheid min 1 (shuttelen) 2) Geel-onder

1) sommige type videorecorders blijven langzaam doorlopen.

2) afspeelsnelheid trapsgewijs verhogen en verlagen.

5 Bediening van de jog-shuttle

De bediening van de videorecorder met de jog-shuttle (draaiknoppen) wordt bekend verondersteld. De jog-shuttle behoort niet tot de standaard PowerSwitch configuratie.

Verder staan er zes knoppen op de jog-shuttle, zodat het spotten met en de bediening van de jog-shuttle snel en met één hand kan geschieden.

De onderste rij knoppen dient voor de volgende handelingen:

In-punt zetten

Uit-punt zetten

Nieuwe editregel invoegen (dus een nieuw shot aanmaken met een in-punt en plaatje)

De bovenste rij knoppen zullen duidelijk zijn behalve de rechtse knop, met de blauwe driehoekjes:

Met die knop kunt u toggelen tussen de timeline, het clipwindow en de videorecorder.

6 Het spotten

Voordat we beginnen even het volgende:

Er is een duidelijk onderscheid tussen een clip en een shot:

Clip: een clip is een stuk videomateriaal (audio en video). Om te kunnen monteren worden stukjes video (en audio) op de harde schijf van de computer gezet: de clips.

Shot: een omschrijving in de editlijst die aangeeft welk stuk audio/video materiaal gebruikt moet worden. Dus niet het audio/video materiaal zelf (dat is de clip). In de timeline wordt zo’n shot omschrijving gevisualiseerd.

Het kan zijn dat meerdere shots uit één en dezelfde clip audio/video materiaal halen.

 

Aan de gang:

Zorg dat de titelbalk van de editlijst ‘Spotlijst’ de regenboogkleuren toont. Indien niet, klik dan een keer op de titelbalk.

Met de <F8> toets kan elke keer een nieuw shot met beeldje en in-punt geplaatst worden in de editlijst. Het enige dat dan nog gedaan hoeft te worden is een uit-punt zetten met de <F6> toets.

Begin band 1 af te spelen.

Spot om te oefenen eens vijf shots (of meer). Laat die shots een seconde of twintig duren en laat ze niet al te dicht bij elkaar liggen.

Uiteraard kunt u ook spotten met behulp van de muis. Het nadeel is dan wel dat dit haast niet blindelings kan gebeuren. U kunt niet de monitor bekijken en knoppen klikken. Het werken met toetsen is dus zeer aan te bevelen. Als u een jog-shuttle heeft werkt dit ook erg praktisch, omdat u daarmee ook gelijk de videorecorder kunt bedienen.

Als u in de editlijst staat en u drukt <F3> wordt de editlijst nog op twee andere wijzen weergegeven.

De weergaven met beeldjes moeten bijdragen tot een goed overzicht van de editlijst. Als het beeldje niet duidelijk genoeg is, kunt u het betreffende shot selecteren in de editlijst en de videorecorder het betreffende shot op de band laten opzoeken door <F9> te drukken. Speel vervolgens het shot af en druk als u een geschikt beeldje ziet op <F7>.

7 Weergave van de editlijst ‘Spotlijst’ met shots

De weergave toont standaard alleen editregels zonder beeldjes. Alle data van een shot wordt weergegeven in een editregel.

Een editregel bevat de volgende data:

 

Kies <F3> en de weergave van editregels met in- en uit-punten en beeldjes verschijnt. Ook wordt hier nog het commentaar getoond dat u bij elk shot kan bijschrijven (zie stap 8).

Kies nog eens <F3> en de derde weergave verschijnt, namelijk een clipboard met alleen de beeldjes. Zoals gezegd wordt bij elk shot een beeldje gepakt dat bij het in-punt van het shot hoort. Met de <F7> toets kan ook een ander beeldje gepakt worden, zoals al getoond is.

Probeer dit even uit. Eventueel kunt u in de, blz. *, meer lezen over de editlijst en de weergaven.

Even bewaren is nu verstandig.

Kies Bestand: Bewaar editlijst.

Klik op [Save].

8 Omschrijvingen bij shots typen

Het kan zeer wenselijk zijn om bij elk shot een paar steekwoorden te typen om een duidelijk overzicht te krijgen waar shots over gaan. Samen met de beeldjes vergroot dit het overzicht. U kunt onbeperkt tekst typen. Zorg dat de eerste paar woorden duidelijkheid geven over het shot. Door de weergave met beeldjes te kiezen wordt overigens veel meer van de tekst zichtbaar gemaakt.

Kies in de editlijst het veld vóór het in-punt en klik daar twee maal langzaam achter elkaar op (of éénmaal en dan <F2>).

Als het veld geel wordt, type dan de tekst. U kunt de normale tekstverwerkingsfuncties gebruiken.

De volgende band!

Gaat u een volgende band spotten? ‘Zet’ voordat u dit doet eerst het betreffende bandnummer!! Herhaal dan de procedure met spotten. In het vervolg van deze uitleg gaan we uit van een spotlijst (loglist) van één band. Als u met meer dan één band gaat werken, bevelen wij u aan om per band een aparte spotlijst te maken. Let er dan op dat die nieuwe spotlijst in hetzelfde project wordt gezet als de andere spotlijst(en).

3.5 Digitaliseren (opnemen op harde schijf)

U gaat nu de spotlijst digitaliseren, dwz. audio/video materiaal op de harde schijf zetten, zodat u kunt gaan monteren.

9 Opname instellingen

Kies Opname: Neem op in de editlijst ‘Spotlijst’. Het venster ‘Opname instellingen’ verschijnt:

 









In het voorbeeld moeten alle shots opgenomen worden, dit staat standaard ingesteld. Het is ook mogelijk om shots te selecteren in een editlijst en dan de tweede optie te kiezen, waarna alleen die geselecteerde shots worden opgenomen.

Verder kunt u instellingen doen voor de audio sporen. Standaard staan het linker- en rechter kanaal samen op één spoor ingesteld. Dat betekent dus dat het linker- en rechter kanaal standaard op het Assemble Audio-1 spoor komen.

U kunt ook alleen het linker- of alleen het rechter kanaal laten opnemen.

De laatste optie is dubbel mono, of stereo. In dat geval staat op het Audio-1 spoor en Audio-2 spoor geluid. Dit heeft uiteraard alleen maar zin als de opname ook stereo of tweekanaals mono (dubbel mono) is.

We kiezen linker en rechter spoor samen.

Zorg dat de juiste band in de videorecorder zit!! De bandnummers van de te digitaliseren shots in de editlijst, moeten overeenkomen met de band die in de videorecorder zit. Als er shots van meer dan één band in de editlijst staan zal PowerSwitch tijdens de digitalisering om een bepaalde band (bandnummer) vragen. U wisselt dan de band en klikt op de knop om PowerSwitch te laten vervolgen.

Klik nu de knop [Neem op].

De computer stuurt nu de videorecorder aan en gaat de shots zoeken en opnemen. U zult een soort tellertje zien dat het aantal frames telt dat opgenomen wordt. U kunt de opname altijd stoppen door de getoonde knop te klikken [Stop opname onmiddellijk].

10 Controleren van het resultaat

In de editlijst komen in de voorlaatste kolom (‘Opname index’) indicaties te staan:

# De opname van dit shot is goed.

- Het shot is niet opgenomen.

= 1) De opname is onvolledig, maar kan bruikbaar zijn. Het volgende kan dan aan de hand zijn:

een klein stukje, bijvoorbeeld de laatste seconden, is niet opgenomen;

er is wel video maar geen audio, bv. ook wanneer de audio bij het monteren verwijderd is;

er is geen video, maar wel audio;

    2) De opname is onvolledig en niet goed bruikbaar:

er is een hapering in de band waardoor PowerSwitch niet alles goed heeft kunnen opnemen;

andere redenen waardoor beeldjes in het shot zijn weggevallen. In dat geval is de audio vaak a-synchroon.

E Er klopt iets niet in de shotdefinitie. Het volgende kan dan aan de hand zijn:

er is geen in-punt of uit-punt;

de lengte van het shot is kleiner of gelijk aan nul;

er staat geen markerregel voor de insertregel;

Als een shot een ‘E’ indicatie heeft, wordt dat shot nooit in de timeline getoond.

11 Indien de digitalisering van een shot niet goed is

Als na de digitalisering gelijk een ‘=’ bij een shot (of meerdere shots) verschijnt, zult u dat shot opnieuw moeten opnemen.

Als er een ‘E’ staat zult u de shotdefinitie eerst moeten controleren en aanpassen en vervolgens het shot moeten opnemen.

LET OP: onthoudt goed wat nu uitgelegd wordt, namelijk dat als u een shot opnieuw op gaat nemen, u eerst de ‘oude’ clip moet verwijderen.

Stel dat u één bepaald shot opnieuw moet opnemen omdat de opname onvolledig was (=). In het geval dat er al een clip van een shot is (dus dat er audio/video materiaal van het shot is opgenomen), moet dit eerst verwijderd worden van de harde schijf, ook al is die clip niet helemaal goed. Pas daarna kunt u opnieuw de clip van het shot opnemen. De handelingen worden dan als volgt:

Selecteer het betreffende shot in de editlijst door erop te klikken.

Druk op <F4> (open clipwindow, kan ook met menu Bewerk: in de editlijst, optie Bewerk clip).

Kies menu Clip: en dan optie Verwijder clip. Er verschijnt een waarschuwingsvenstertje, om u te vragen of u de clip werkelijk wilt verwijderen. Dit is nodig omdat deze handeling niet meer ongedaan gemaakt kan worden.

Bevestig het verwijderen.

Neem dan vervolgens opnieuw op. Herhaal daarvoor 9.

12 Even bewaren

Bewaar de editlijst ‘Spotlijst’ weer.

Dit doet u dus door te kiezen Bestand: Bewaar editlijst.

Omdat u al een naam heeft gegeven aan deze editlijst hoeft u nu alleen maar op <enter> te drukken of de knop [save] te klikken.

Het is raadzaam deze handeling regelmatig te herhalen, zeker als u veel werk gedaan heeft.

13 Even de opname bekijken!

Bij 4 staat beschreven hoe u de controller kunt bedienen. Naast de daar genoemde afspeelfuncties zijn er nog een aantal bijzondere afspeelfuncties. De standaard werkwijze is als volgt:

Selecteer op de controller ‘non lineair recorder’ met behulp van het zwarte pijltje.

Door op play te klikken speelt u nu de timeline af.

De bijzondere functies zijn de volgende:

14 Dringend advies voor goede back-ups

Wij adviseren u ook om bijvoorbeeld om de twee uur werken of aan het eind van een dag (hoewel dit al vrij lang is!) een editlijst waar veel werk in zit op te slaan met een versie nummer. U kunt hiervoor bijvoorbeeld de datum gebruiken:

U begint op dag 1 met: Spotlijst

Na paar uur werken kunt u Spotlijst opslaan als: Spotlijst 23 april v 1.

Aan het eind van de dag: Spotlijst 23 april v 2.

De volgende keer begint u met de editlijst: Spotlijst 24 april v 2.

Na een paar uur werken…., etc. Zo vervolgt u uw montage.

Wat is nu het doel hiervan?

Er zou iets kunnen gebeuren (stroomstoringen e.d.) waardoor uw werk, de editlijst, beschadigd wordt, zodanig dat hij niet meer te gebruiken is. Of u heeft bewerkingen gedaan en u komt er pas na een tijd achter dat de montage helemaal niet loopt. U kunt dan terugvallen op een versie waarvan u weet dat die goed is. U opent die versie en begint vanaf daar weer te werken. Als u niet met versies zou werken, bestaat de mogelijkheid nog om een automatisch bewaard bestand te openen blz. *. Wel bestaat dan altijd het risico dat u de juiste versie niet meer in z’n geheel kunt terughalen.

15 Stel automatisch bewaren in

Automatisch bewaren is een extra beveiliging voor u werk. Deze optie moet voorkómen dat u onnodig veel werk kwijtraakt bij calamiteiten. Uw editlijsten worden om de ‘?’ minuten (‘?’ is wat u dus zelf kunt bepalen) opgeslagen als automatisch bewaard bestand.

Het aantal minuten hoeft u in principe alleen de eerste keer dat u het systeem gebruikt in te stellen, behalve als ook anderen het systeem gebruiken en dan een andere instelling kiezen.

Ga nu in het hoofdmenu naar Opties: Automatisch bewaren. Dat betekent dus:

Ga naar venster hoofdmenu.

Klik op menu Opties:

Kies: Automatisch bewaren

Een invoer venstertje verschijnt:

Stel hier het aantal minuten in. Advies: kies minimaal 10 minuten, u merkt daar meestal weinig van en u bent maximaal 10 minuten werk kwijt bij calamiteiten (zoals stroomstoring e.d.).

LET OP: bij heel grote editlijsten kan het automatisch bewaren soms te vertragend werken. Kies dan bijvoorbeeld, 15 of 18 minuten.

Het aantal minuten kunt u altijd weer aanpassen!

Houdt u er wel rekening mee dat vorige gebruikers het automatisch bewaren anders ingesteld kunnen hebben dan dat u wenst.

Als u automatisch bewaarde bestanden wilt openen, kunt u in deze handleiding daarover lezen op blz. *, Terughalen automatisch opgeslagen– en vastloop bestanden.

3.6 Monteren met het gedigitaliseerde materiaal

16 Open een nieuwe editlijst

DOE DIT IN HET HOOFDMENU, helemaal links bovenaan. Doet u dit in de editlijst ‘Spotlijst’, dan wordt ‘Spotlijst’ afgesloten. Het is wel zo dat dan eerst gevraagd wordt of de wijzigingen bewaard moeten worden.

    
Kies Venster: Open nieuwe editlijst.

Het kan zijn dat de nieuwe editlijst op een onpraktische positie op het beeldscherm gezet wordt. In hoofdstukje 1.7 op blz. * kunt u lezen hoe u een venster (in dit geval de nieuwe editlijst) op een andere positie kunt neerzetten. Op blz. * kunt u lezen hoe u venstergroottes kunt aanpassen.

De nieuwe editlijst is geopend. Zet het naast de ‘Spotlijst’, dat is overzichtelijk. Indien gewenst, pak de titelbalk met de linker muisknop en sleep ermee. Pak de zijkanten om het venster groter of kleiner te maken.

17 Zet deze editlijst in hetzelfde project!

Kies Project: Beheer project(en),

Selecteer eerst ‘Schepping’ door erop te klikken,

Klik de knop [Selecteer project]

Klik dan [OK].

 

Waarom is het geven van een zelfde projectnaam zo belangrijk?

Zie het schema hieronder. Vaak wordt al vergeten om een nieuwe editlijst toe te wijzen aan een project.

In het voorbeeld hieronder zou het kunnen zijn dat u een editlijst maakt en die per ongeluk een verkeerde projectnaam geeft. Als u dan bijvoorbeeld shots sleept van de editlijst ‘Spotlijst’ naar deze nieuwe editlijst, geeft de timeline alleen maar lege (donkerblauw gekleurde) shots te zien. Met andere woorden, er is geen geluid en beeld.

Waarom niet?

De editlijst staat in project ‘A’. Dat betekent dat PowerSwitch de gedigitaliseerde shots = de clips (het audio/videomateriaal) daar ook in plaatst.

De editlijst ‘Nieuw’ staat niet in ditzelfde project ‘A’, maar zoals in het voorbeeld, in project ‘B’.

Wanneer u nu een shot zou slepen van een editlijst in project ‘A’, naar de editlijst ‘Nieuw’ in project ‘B’, heeft u ineens geen beeld en geluid meer bij dat shot.

De reden zal nu wellicht duidelijk zijn: PowerSwitch vindt de clips niet meer omdat hij zoekt naar clips in project ‘B’. Zie de schets hieronder:

(Hetzelfde probleem treedt ook op als u de editlijst ‘Spotlijst’ bijvoorbeeld in een ander project zet of gewoon een nieuwe projectnaam geeft!)

Samenvattend:

Als u een programma maakt moeten alle editlijsten van dat programma dezelfde projectnaam hebben. PowerSwitch slaat namelijk bij de digitalisering het geluid- en beeldmateriaal ook automatisch op onder die projectnaam. Krijgt een editlijst van dat programma een andere projectnaam, dan kunnen de clips niet gevonden worden.

18 Geef een naam aan de editlijst

Noem de lijst bv. ‘In den beginne’.

Kies Bestand: Bewaar editlijst

Geef bij ‘File name’ in: ‘In den beginne

Klik de knop [Save].


19
Shots slepen en plaatsen

Klik met de rechter muisknop op een shot in ‘Spotlijst’, en houdt de knop ingedrukt;

Beweeg nu met de muis naar de editlijst ‘In den beginne’ en laat de muisknop los;

Sleep zo alle shots naar de nieuwe editlijst ‘In den beginne’.

Doe zo ook met de andere shots (die u zou willen gebruiken). Plaats ze in de volgorde die u wenst.

Als u een shot sleept, dan plaatst PowerSwitch het shot vóór het shot waar de pijlpunt van de muis naar wijst.

U kunt shots ook knippen, kopiëren en plakken in menu Bewerk:. U kunt ook de volgende toets combinaties gebruiken:

Knippen <ctrl> x

Kopieren <ctrl> c

Plakken <ctrl> v

Zie eventueel verder deel 2 van de handleiding hierover.

20 Koppel de timeline

Normaal gesproken wordt de timeline gelijk gekoppeld aan de editlijst ‘In den beginne’ als u het eerste shot daarheen gesleept heeft. Als u even later terug gaat naar ‘Spotlijst’ en u wilt de timeline daarvan zien, moet u het volgende doen (dit geldt altijd als u switcht tussen editlijsten).

Kies in de editlijst ‘In den beginne’: Beeld: Koppel aan timeline.

Elke wijziging van de editlijst ‘In den beginne’ wordt nu doorverwerkt naar de timeline.

3.7 Monteren in de timeline

3.7.1 Begrippen in de timeline

Voordat u verder gaat moet u even kennis nemen van een aantal begrippen.

Shot: een omschrijving in de editlijst die aangeeft welk stuk audio/video materiaal gebruikt moet worden. Dus niet het audio/video materiaal zelf (dat is de clip). In de timeline wordt zo’n shot omschrijving gevisualiseerd. Het kan hierbij gaan om audio en video samen, of alleen audio of alleen video.

Las: een las is de scheiding tussen twee shots, het is gelijk het einde van het ene en het begin van het volgende shot.

Scheiding: de overgang (zwarte lijn) tussen twee tegen elkaar aanliggende sporen het de scheiding.

 

3.7.2 Algemene informatie

In de timeline wordt de cursor aangegeven door een verticale rode lijn. De cursor zult u gaan gebruiken bij het monteren en geeft de exacte positie in de montage aan. U kunt de timeline activeren (aan PowerSwitch aangeven dat u daarin gaat werken) door met de rechter muisknop de cursor in de timeline neer te zetten.

U kunt vervolgens in de timeline met de pijltjes toetsen naar elke harde las springen. De cursor springt dan naar elk video- en audio in-punt en uit-punt, ook die van inserts. U kunt ook altijd met de rechter muisknop de cursor op een willekeurige plaats in de timeline plaatsen.

Om af te kunnen spelen moet u er alleen voor zorgen dat de timeline geactiveerd is (met de rechter muisknop dus). De timeline wordt afgespeeld vanaf de plaats van de cursor. Zie voor de andere afspeelfuncties eventueel nog weer even 4.

Scratchen is ook een goed hulpmiddel bij de montage. U klikt met de rechter muisknop in de timeline en houdt de knop ingedrukt! Beweeg vervolgens de cursor (muis) naar rechts of links. De clips worden afgespeeld met geluid. Op deze wijze kunt u heel snel een gewenst gedeelte zoeken.

3.7.3 Speciale overzichts- of zoomknoppen in de timeline

Links onder aan het venster van de timeline staan een aantal knoppen, waarmee de weergave van de timeline naar wens ingesteld kan worden:

Inzoomen van de timeline. Wanneer de shots in de timeline zo klein getoond worden dat u bijvoorbeeld geen id nummers of plaatjes meer ziet, of dat het niet mogelijk is in een shot te klikken, kunt u inzoomen.

     Uitzoomen van de timeline. Met deze knop kunt u meer overzicht krijgen over het totale programma of een deel daarvan.

Alles tonen. De hele timeline wordt getoond. Wanneer u het hele programma op één scherm in de timeline wilt zien klikt u op deze knop. Dit kan praktisch zijn, mits de editlijst niet te lang is.

Links en rechts van de cursor wordt evenveel van de timeline getoond, m.a.w. de positie van de cursor wordt als middelpunt genomen.

21 Slepen van shots in de timeline

Stel u wilt shot 4 direct voor shot 1 zetten.

Pak met de linker muisknop shot 4 en houdt die vast.

Sleep het shot 4 naar shot 1 en zorg dat de pijlpunt op shot 1 staat.

Laat de linker muisknop los. Het shot wordt geplaatst vóór shot 1.

Het principe is dus dat het shot geplaatst wordt vóór het shot waar de muispijl naar wijst. Uiteraard kan het shot ook helemaal achteraan geplaatst worden. Laat de muispijl dan wijzen direct na het laatste shot.


22
Verwijderen van stukjes van een shot (inkorten; ROOD)

Elke keer als u de kleur ROOD ziet verschijnen is dat een indicatie dat PowerSwitch dat rode gedeelte zal verwijderen als u de <enter> toets drukt.

Van shot 2 willen we nu een aantal seconden van het eind afhalen.

Zoek met de cursor een punt aan het eind van shot 2, vanwaar u wilt gaan verwijderen.

U kunt trimmen (juiste punt opzoeken) door met de toetsen te werken. Met de linkse - en de rechtse blauwe toets kunt u respectievelijk achteruit of vooruit trimmen. Op deze wijze kunt u exact aangeven vanaf waar een stukje van het shot moet worden afgehaald.

We gaan nu het gedeelte rechts van de cursor verwijderen, we klikken daarom vlak voor (komt niet zo precies) de eindlas van shot 2. Omdat we video en audio tegelijk willen bewerken, klikken we op de zwarte lijn tussen het video- en audiospoor (zie pijl in het voorbeeld).

Het gedeelte vanaf de cursor tot aan de las wordt nu rood (de video en audio; zoniet, klik dan nog eens goed op de scheiding tussen video en audio).

Druk op <enter>. Het gedeelte dat rood was wordt verwijderd. De daarop volgende shots schuiven naar links op, zodat er geen gat ontstaat.

 

 

U kunt altijd de bewerking weer ongedaan maken door de knop [ongedaan maken] te klikken.

 

Op dezelfde wijze kunt u de audio/video sporen afzonderlijk bewerken, daarvoor moet u dan in het audio- of videospoor klikken (ook dicht tegen de las aan).

U moet zich daarbij wel realiseren dat als u bijvoorbeeld alleen de audio inkort, er een gat ontstaat in de audio. Immers, alleen de audio van shot 2 wordt ingekort, waardoor shot 3 niet kan aansluiten. Zie afbeelding hieronder:

 


Het principe om aan het begin van een shot een stukje te verwijderen is eigenlijk exact hetzelfde, maar dan in spiegelbeeld.

U zoekt met de cursor weer de positie tot waar u wilt verwijderen, maar nu dus aan het begin van het shot.

Als de positie is bepaald, klikt u op de positie bij de las.

 


3.7.4
Basisprincipes monteren

Video en audio samen bewerken

In alle bewerkingen kunt u audio en video samen bewerken door op de zwarte lijn tussen het videospoor en audiospoor-1 te klikken.

 

 

Alleen video bewerken

Als u alleen op de video klikt bedoelt u daarmee alleen de video te bewerken.

 

Alleen audio bewerken

Als u alleen op de audio klikt bedoelt u daarmee alleen de audio te bewerken.

23 Verlengen van een shot (GROEN)

Elke keer als u de kleur GROEN ziet verschijnen is dat een indicatie dat PowerSwitch dat groene gedeelte zal verlengen als u de <enter> toets drukt.

Stel u wilt shot 2 aan het einde verlengen met ongeveer 8 seconden, bijvoorbeeld om daarna een nieuw uit-punt voor shot 2 te zoeken:

Plaats de cursor in shot 3 op de positie van ongeveer 8 seconden.

Klik met de linker muisknop in shot 2, iets voor de las met shot 3. We willen het shot in zijn geheel bewerken, dus video en audio, klik dus op de zwarte lijn tussen de video en audio. Zie voorbeeld.
Het gedeelte van de las tot aan de cursor wordt groen.



Druk op <enter> om de bewerking uit te voeren. Het shot wordt nu zoveel langer gemaakt als het groene gedeelte aangaf.

Het shot is nu ruim verlengd. Het is daardoor mogelijk geworden het shot exact visueel te monteren:

Speel het verlengde gedeelte van shot 2 af en bepaal met de cursor waar u het uiteindelijke uit-punt zou willen plaatsen.

Opmerking: bij het afspelen kan het zijn dat het laatste gedeelte van het verlengde shot geen video en audio geeft. Op de monitor verschijnt dan het scherm: ‘Frame niet beschikbaar’. De reden is dat het shot nu langer is gemaakt dan dat er aan video/audio materiaal (clip) is opgenomen.

Maak het gedeelte van de cursor tot het uit-punt rood zoals u in de vorige stap gezien heeft.

Druk <enter>.

Opmerking: eventueel is het ook nog mogelijk dit shot opnieuw op te nemen, als blijkt dat de clip (opgenomen video en audio materiaal) toch te kort is. Zie hiervoor eventueel stap 9.

Op dezelfde wijze kunt u de audio/video sporen afzonderlijk bewerken. Daarvoor moet u dan in het audio- of videospoor klikken (ook dicht tegen de las aan).

U moet u daarbij wel realiseren dat als u bijvoorbeeld alleen de video verlengt, er een gat ontstaat in de audio. Immers, alleen de video van shot 2 wordt verlengd, terwijl de audio en video van shot 3 opschuift, met als gevolg dat er een gat ontstaat in de audio. Zie afbeelding hieronder:

 

3.7.5 De ‘klikgebieden’

Waar moet u nu precies met de muis klikken (klikgebieden) om een bepaalde bewerking te doen?

Een shot kan in drie gebieden ingedeeld worden waarin u kan klikken. Die gebieden zijn gelijk van grootte, dus een middengebied en een linker – en rechter gebied.

Klikt u in het middengebied, dan licht het shot op, dus bijvoorbeeld lichtblauw.

Klikt u in het linkergebied, dan wordt het shot rood of groen, afhankelijk van waar de cursor staat.

Klikt u in het rechtergebied, dan wordt het shot groen of rood, afhankelijk van waar de cursor staat.

Klikt u daarentegen op de las, dan wordt er een gedeelte oranje (uitleg volgt). Welk gedeelte dit is, is afhankelijk van waar de cursor staat.

Schematisch kan het zo weergegeven worden:

 

* afhankelijk van waar de cursor staat.

In het vervolg van de stappen wordt dit vanzelf verder duidelijk.


24
Verschuiven las (ORANJE)

U wilt de las van een bepaald shot verschuiven, dat wil zeggen bv. shot 4 verlengen en het aangrenzende shot 5 met dezelfde lengte inkorten. Shot 4 wordt dus bijvoorbeeld 4 seconden verlengd en shot 5 wordt dan aan het begin met exact die 4 seconden ingekort. De gezamenlijke lengte van shot 4 en 5 blijft dus hetzelfde.

Zet de cursor op 4 seconden in shot 5.

Klik nu met de linker muisknop op de las tussen shot 4 en 5 en dan wel op de zwarte lijn tussen audio en video (het kruispunt dus; zie pijl in de afbeelding). Het gedeelte tot aan de cursor wordt oranje.

Druk op <enter>. De bewerking wordt uitgevoerd.

 






25
Audio ondersteken (ORANJE)

De audio ondersteek bewerking kunt u met het verschuiven van de las (oranje) doen. De werkwijze is vrijwel hetzelfde als bij de vorige stap.

Hoe gaat u te werk bij het ondersteken?

Ga met de cursor in shot 4 staan op de plaats waar het nieuwe in-punt van de audio van shot 5 (en dus het nieuwe uit-punt van de audio van shot 4) moet komen. Zie positie van de pijl in de afbeelding hieronder.

Klik vervolgens op de audiolas tussen de betreffende shots. De kleur van de las tot aan de cursor wordt oranje.

Bevestig door <enter>.

 

Dit is het resultaat:



U ziet dat de bewerking wordt uitgevoerd, en dat bijvoorbeeld de video van de shots gewoon in tact blijven. De video loopt ook gewoon door.


26
Inserts maken in de timeline

Als u nog eens helder wil krijgen wat in PowerSwitch wordt verstaan onder inserts en het aparte insertspoor, lees dan nog even hoofdstukje 2.5, op blz. *.

De werkwijze is eenvoudig. Stel dat u de video van shot 1 als insert wilt monteren bij shot 2:

Plaats eerst de cursor op de plaats waar u het insertshot precies wilt hebben door shot 2 af te spelen. Kiest u zelf maar een positie.

Pak met de linker muisknop shot 1 en sleep die naar shot 2, maar dan wel in het video insertspoor erboven (zie afbeelding).

Laat de muispijl wijzen op de cursor. Dit komt redelijk precies.

Laat de muisknop los. Het shot wordt geplaatst op de positie van de cursor.

Opmerking: wanneer er iets ‘onverwachts’ gebeurd kunt u de bewerking altijd weer eenvoudig ongedaan maken met de knop [ongedaan maken]. Hierna kunt het nog eens proberen.

Het is ook mogelijk een shot op een willekeurige plaatsen als insert te zetten. Hiervoor heeft u de cursor niet nodig:

Pak met de linker muisknop shot 1 en sleep die naar shot 2, maar dan wel in het video insertspoor erboven (zie afbeelding).

Laat de muisknop los op de plaats waar u wilt dat de insert begint. Het shot wordt geplaatst als insert.

Op dezelfde wijze kunt u de audio van een shot als audio insert plaatsen. Hierop komen we nog terug.

27 Inserts verschuiven

Als u een insert wilt verschuiven, moet u de nieuwe positie waarop de insert moet beginnen bepalen met de cursor:

Bepaal (door het afspelen van het shot) met de cursor de gewenst nieuwe positie waarop de insert moet beginnen.

Klik met de linker muisknop op het blauwe markerpijltje, dat naar het (assemble) shot 2 in het assemblespoor wijst. Het pijltje wordt dan geel. Hoera!

Druk dan op <enter>: de insert wordt exact op de nieuwe positie geplaatst.

 






3.7.6
Wat gebeurt er in de editlijst bij al deze ‘inserthandelingen’?

Klikt u eerst eens met de middelste muisknop op de insert (in de timeline dus). In de editlijst wordt nu het insertshot geselecteerd. In de Mode (direct na de kolom met shot lengte) ziet u dit staan: /:v

De schuine streep geeft aan dat het een insertshot is en de ‘V’ geeft aan dat het een video insert is. Nu is het van groot belang dat u het volgende onthoudt:

In de timeline zien we bij een insert dat er drie items bij elkaar horen (zie de afbeelding):

Assembleshot (hier shot 2). Hier ‘hangt’ de insert dus aan.

Marker (blauwe pijltje dat naar beneden wijst). Geeft in-punt van de insert aan!

Insertshot (hier shot 1).

Het is dus duidelijk dat deze drie dingen absoluut bij elkaar horen. Als u nu in de editlijst kijkt ziet u de drie regels die hierbij horen, namelijk:

De editregel van het assembleshot (shot 2).

De markertijd. De starttijd dus van de insert. Het blauwe pijltje.

De editregel van het insertshot (shot 1).

Deze twee editregels en markerregel moeten altijd bij elkaar blijven staan in de editlijst! Wordt de volgorde verbroken dan verdwijnt de insert uit de timeline. Dit is zonder probleem te herstellen door de volgorde weer te goed te maken.

Zie het stukje editlijst hieronder:


Op blz.
* kunt u meer lezen over het gebruik van inserts.


3.8 Een aantal overige bewerkingen

28 Video of audio uitzetten/aanzetten

Het kan heel handig zijn om de video of de audio van een shot uit te zetten. Soms kunt u er voor kiezen om dat te doen met rood maken. Dit heeft wel een duidelijk nadeel: dit kan later in de montage op geen enkele wijze meer ongedaan gemaakt worden. U zult het shot dan opnieuw op moeten nemen.

De volgende optie kan daarom veel beter gebruikt worden en heeft geen consequenties voor uw montage:

Plaats shot 1 weer terug voor shot 2 (dus met de muis slepen).

Klik met de middelste muisknop twee keer op shot 1. Het volgende dialoogvenstertje verschijnt:

 

Met dit venstertje kunt u video of audio aan- of uitzetten. Om nu bijvorbeeld de audio van dit shot 4 uit te zetten, doet u het volgende:

Klik in het vierkante hokje bij ‘A1’. Het vinkje verschijnt in het hokje.

Kies [OK].

29 De audio van een shot op een ander spoor zetten

Op dezelfde wijze als bij 28 kunt u de audio van het shot plaatsen op een ander spoor.

Klik tweemaal met de middelste muisknop op shot 4. Het dialoogvenstertje ‘Mode’ verschijnt weer. U ziet dat het bolletje onder A1 (zie afbeelding boven) zwart is. Dit houdt in dat de audio van dat shot op spoor 1 staat.

Klik nu in het bovenste bolletje onder A2.

Klik [OK].

U ziet nu dat de audio van het shot op spoor 2 staat.

Dit soort bewerkingen is vaak veel sneller te realiseren met behulp van de muis:

Klik met de linker muisknop op de audio van shot 5, en houdt de knop ingedrukt.

Beweeg nu met de muis naar beneden, totdat de muis wijst naar spoor 2

Laat de muisknop los.

30 Audio ondersteken (met mix)

Als u de audio van een shot onder het vorige shot wilt steken, terwijl de audio van dat vorige shot niet mag wijzigen, dan doet u het volgende:

Sleep met de linker muisknop de audio van shot 2 naar het audio 2 spoor.

Zet de cursor op de plaats in shot 1 tot waar de audio verlengd moet worden.

Maak het gedeelte tot die cursor groen door links in de audio van shot te klikken.

Druk <enter>.

 

Dit is het resultaat:




31
Crossje

Nu willen we de audio (op spoor 1) van het vorige shot zo verlengen, dat deze onder shot 2 steekt:

Zet de cursor op de plaats in shot 2 tot waar de audio verlengd moet worden.

Klik rechts in de audio van shot 1; het gedeelte van de las tot aan de cursor wordt groen.

Druk op <enter>. De audio steekt nu onder shot 2, zie afbeelding.

 

 

U kunt nu een cross fade maken door het audio volume in te stellen, zie handleiding deel 2, hoofdstuk 8.6.2, blz. *.


32
Splits shot <F11>

Een shot kan gesplitst worden in twee of meer shots. Dit kan nodig zijn om bijvoorbeeld een gedeelte midden in een shot te verwijderen. Er ontstaan dan twee shots met hetzelfde Id-nummer. U splitst bijvoorbeeld shot 2; er ontstaan nu twee gedeelten die shot 2 heten. Eventueel kunt u zelf een letter toevoegen om het onderscheid aan te geven. Dit moet u doen in de editlijst, door twee maal te klikken op het Id-nummer veld. U kunt ook op een bepaald moment de gehele editlijst laten hernummeren, zie Bewerk: Hernummer Id’s, blz. *.

Splits assembleshot

Plaats de cursor (rechter muisknop) waar u het shot wilt splitsen.

Klik de knop [Splits shot].

Het resultaat is dan:

 

Splits een insertshot

Selecteer eerst met de middelste muisknop het insertshot. Het shot wordt dan lichtblauw.

Plaats vervolgens met de rechter muisknop de cursor op de plaats waar u wilt splitsen.

Klik de knop [Splits shot].


3.9 Afsluiting van de montage

Om ‘te beginnen’ moet u de editlijst opslaan. Dit kunt u doen met de optie Bestand: Bewaar editlijst, in de editlijst.

U kunt nu het systeem afsluiten door helemaal rechts boven in het beeld het kruisje te klikken. U komt terug in het PowerSwitch startmenu.

Klik hier de knop [Sluit computer af].

 

Wacht vervolgens totdat de computer de melding geeft:

‘It’s now safe to turn off your computer’

 

Het is echt van belang op deze melding te wachten.

U kunt de computer nu uitzetten!

Wij wensen u veel plezier met PowerSwitch en Gods zegen!